KENNIS
E-facturatie is in Nederland al verplicht richting de rijksoverheid, maar nog niet tussen bedrijven onderling. Dat verandert richting 2030: het EU-pakket ViDA verplicht e-facturatie voor grensoverschrijdende B2B-transacties per 1 juli 2030, en Nederland werkt aan een bredere binnenlandse verplichting via het Peppol-netwerk. Wat je nu moet regelen hangt vooral af van waar je facturen vandaan komen.
Kort antwoord
Vertrouwd door


Rond dit onderwerp circuleren veel koppen met "verplicht vanaf 2026". Die slaan bijna altijd op België. In Nederland is de stand op dit moment overzichtelijker dan de berichtgeving doet vermoeden.
Dat laatste is precies wat verandert, en het is verstandig om nu al te weten hoe. Niet omdat de Nederlandse deadline dichtbij is, maar omdat de praktische deadline die van je klanten is, en die ligt vaak eerder.

Hieronder alleen wat op dit moment te onderbouwen is. Waar iets nog een voornemen is en geen wet, staat dat er expliciet bij — dat onderscheid verdwijnt in veel artikelen over dit onderwerp, en het scheelt nogal of je een verplichting hebt of een verwachting.
| Wanneer | Wat | Status |
|---|---|---|
| Sinds 2017 / april 2019 | E-facturatie aan de rijksoverheid respectievelijk ontvangstplicht bij decentrale overheden | Geldend recht |
| 14 april 2025 | ViDA in werking. Vanaf dat moment mogen EU-lidstaten binnenlandse e-facturatie verplichten zonder eerst toestemming aan de Europese Commissie te vragen — de juridische drempel die de landenmandaten in gang zette | Geldend recht |
| 1 januari 2026 | België: verplichte gestructureerde e-facturatie voor binnenlandse B2B tussen btw-plichtige ondernemingen | Geldend recht (België) |
| 1 januari 2027 / 2028 | Duitsland: verzendplicht voor bedrijven boven €800.000 jaaromzet, daarna voor alle binnenlandse B2B. De ontvangstplicht geldt daar al sinds 1 januari 2025 | Geldend recht (Duitsland) |
| 1 juli 2030 | ViDA: verplichte e-facturatie en digitale rapportage voor grensoverschrijdende B2B-transacties binnen de EU | Vastgelegd in de richtlijn |
| 2030 – 2032 | Nederland: gefaseerde invoering van een binnenlandse B2B-verplichting via Peppol, volgens het scenario dat in het evaluatierapport van maart 2026 de voorkeur kreeg | Voornemen, nog geen wet |
Over dat Nederlandse traject, zonder mooier te maken dan het is: op 10 maart 2026 ging een evaluatierapport naar de Tweede Kamer met als advies om Peppol als verplichte infrastructuur aan te wijzen en de verplichting te laten gelden voor álle binnenlandse B2B-transacties, niet alleen grensoverschrijdende. Een definitief kabinetsstandpunt was aangekondigd voor de zomer van 2026, gevolgd door een internetconsultatie van conceptwetgeving in het vierde kwartaal. Op het moment van schrijven, eind augustus 2026, hebben wij geen gepubliceerd definitief standpunt kunnen vinden; ook de voortgangspagina van de rijksoverheid noemt er geen. Behandel de jaartallen 2030 tot 2032 dus als richting, niet als datum in je agenda. Wat wél vaststaat is 1 juli 2030 voor grensoverschrijdend verkeer, want dat staat in de richtlijn zelf.
Dit is het misverstand dat de meeste tijd kost. "Wij factureren al digitaal, we mailen pdf's." Dat is digitaal, maar het is geen e-facturatie in de zin van de wetgeving.
Een pdf is in feite een plaatje van een factuur. Een mens leest hem prima; software moet hem scannen, herkennen en gokken welk getal het totaalbedrag is. Dat gaat meestal goed en af en toe mis, en het gaat vaker mis naarmate de opmaak van je leveranciers varieert.
Een e-factuur is een bestand met een vaste datastructuur, in de praktijk UBL (Universal Business Language), een vorm van XML. Elk gegeven staat op een vaste plek: factuurnummer, factuurdatum, leverancier met KvK- en btw-nummer, per regel de omschrijving, het aantal, het tarief en het btw-percentage, en het totaal. De ontvangende administratie hoeft niets te herkennen; hij leest de velden. Om te zorgen dat elk land dezelfde velden op dezelfde manier invult, bestaat de Europese norm EN 16931. De Nederlandse invulling daarvan heet NLCIUS.
Peppol is iets anders dan het formaat: het is het netwerk waarover die bestanden reizen. Het werkt als e-mail. Jij bent aangesloten bij een toegangspunt, je klant bij een ander toegangspunt, en die twee wisselen het bericht uit volgens vaste afspraken. Je hebt een Peppol-adres nodig, meestal gebaseerd op je KvK-nummer of btw-nummer, zodat de andere kant je kan vinden. Anders dan bij e-mail krijg je bevestiging terug of het bericht technisch is aangekomen en geaccepteerd.
Het praktische verschil zit in wat er daarna niet meer hoeft. Een binnenkomende e-factuur staat als concept-inkoopboeking in je administratie met de juiste btw-regels, in plaats van als bijlage in een mailbox die iemand moet openen. Dat is dezelfde winst die je met facturatie en administratie automatiseren nastreeft, alleen dan geregeld aan de bron in plaats van met slimme herkenning achteraf.
Voor de meeste bedrijven is dit het hele antwoord: je pakket kan het waarschijnlijk al, en het staat alleen uit. Onderstaande stand is die van de leveranciers zelf; wij hebben ze niet allemaal in elke abonnementsvorm getest, dus controleer in je eigen omgeving of zowel versturen als ontvangen aanstaat.
Zet je het aan, controleer dan drie dingen voordat je er vanuit gaat dat het werkt. Staan je KvK- en btw-nummer correct in je bedrijfsgegevens, want daar hangt je Peppol-adres aan. Staat het ontvangen ook aan, en niet alleen het versturen — de meeste bedrijven merken pas dat het uit stond als een leverancier belt waarom hij niets terughoort. En stuur één echte testfactuur naar een klant die al op Peppol zit, in plaats van te vertrouwen op de bevestiging in de instellingen.
Hier wordt het interessanter, en dit is de situatie die we in ons werk het vaakst tegenkomen: de facturen worden niet in het boekhoudpakket gemaakt maar in iets anders. Een eigen ordersysteem, een planningstool, een webshop, een branchepakket zonder Peppol-ondersteuning, of een ERP dat er nooit voor is ingericht. Het boekhoudpakket krijgt de factuur pas achteraf te zien, of ziet hem helemaal niet.
Dan heb je drie routes, in volgorde van oplopende kosten:
Waar het bij eigen systemen misgaat is zelden het versturen. Het is de inkomende kant. Een e-factuur komt binnen als gestructureerde data, en dan moet iemand of iets bepalen bij welke inkooporder hij hoort, of het bedrag klopt met wat er is afgesproken, en op welke kostenplaats hij geboekt wordt. Dat matchen is het echte werk, en precies daar zit ook de winst: dezelfde velden die je anders overtypt, komen nu machineleesbaar binnen.
Bij dat soort koppelingen bouwen wij de verbinding met je administratie steeds vaker als MCP-server in plaats van als vaste flow. Het verschil: een vaste flow doet één ding — factuur binnen, boeking klaar — en stopt bij het eerste geval dat er niet in past. Een MCP-server stelt een afgebakende lijst handelingen beschikbaar (inkooporder opzoeken, leverancier matchen, boeking klaarzetten, afwijking melden), zodat een AI-agent de twijfelgevallen kan afhandelen die je vooraf niet kunt uitschrijven: een factuur zonder ordernummer, een levering die in twee delen is gefactureerd, een bedrag dat drie euro afwijkt door afrondingsverschil. De uitzonderingen zijn bij inkoopfacturen nu eenmaal de meerderheid van het handwerk. Wat zo'n server precies is, staat op wat is een MCP-server; welke Nederlandse pakketten onderling te koppelen zijn, staat in ons koppelingenoverzicht.
Loop je vast op die laatste stap, of weet je niet zeker of je pakket de brug kan slaan naar je eigen systeem? Dat is het soort koppeling dat we vaker bouwen — bekijk de pakketten die we koppelen of plan een gesprek, dan lopen we het door voor jouw situatie.
Veelgestelde vragen
Voor facturen aan de centrale rijksoverheid wel, en dat is al zo sinds 2017. Decentrale overheden zoals gemeenten, provincies en waterschappen moeten sinds april 2019 e-facturen kunnen ontvangen. Tussen bedrijven onderling bestaat op dit moment geen wettelijke plicht in Nederland. Die komt er wel: het EU-pakket ViDA verplicht e-facturatie voor grensoverschrijdende B2B-transacties per 1 juli 2030, en Nederland bereidt een bredere binnenlandse verplichting voor.
Nee. Een pdf is een afbeelding van een factuur: een mens kan hem lezen, software niet betrouwbaar. Een e-factuur is een bestand met een vaste datastructuur, meestal UBL, dat voldoet aan de Europese norm EN 16931. Daarin staat elk gegeven op een vaste plek: factuurnummer, btw-tarief per regel, betalingstermijn. De ontvangende administratie leest die velden rechtstreeks in, zonder scannen en zonder overtypen.
Peppol is het netwerk waarover e-facturen worden verstuurd, vergelijkbaar met hoe e-mail werkt: jij bent aangesloten bij een toegangspunt, je klant bij een ander, en die twee wisselen het bericht uit. Je hebt een Peppol-adres nodig, meestal gekoppeld aan je KvK- of btw-nummer. In de praktijk regelt je boekhoudpakket dat: Moneybird, Exact Online, AFAS en Simplicate zijn allemaal via Peppol te bereiken. Alleen als je facturen uit een eigen systeem komen, moet je zelf een toegangspunt kiezen.
Omdat België sinds 1 januari 2026 wél een B2B-verplichting heeft voor btw-plichtige ondernemingen. Duitsland zit in een vergelijkbaar traject: daar moet iedereen sinds 1 januari 2025 e-facturen kunnen ontvangen, met een verzendplicht vanaf 2027 voor bedrijven boven de 800.000 euro omzet en vanaf 2028 voor de rest. Lever je aan buitenlandse zakelijke klanten, dan loopt je feitelijke deadline dus jaren voor op de Nederlandse wetgeving.
Zit je in een gangbaar boekhoudpakket, dan is het meestal een kwestie van een instelling aanzetten en je gegevens controleren: een uur werk, geen extra bouwkosten. Komen je facturen uit een eigen systeem of een ERP zonder Peppol-ondersteuning, dan komt er een koppeling bij naar een toegangspunt. Bij DenkBot valt zo'n koppeling doorgaans tussen €500 en €2.500, afhankelijk van of het alleen om versturen gaat of ook om het inlezen en matchen van binnenkomende facturen.
Concreet maken?
In één gesprek brengen we de kansen voor jouw bedrijf in kaart, met een concrete businesscase.